Twee lange stranden, een net van smalle betonpaden en geen enkele auto.
Vind een kamer voordat je vertrekt.
Koh Phayam ligt voor de kust van Ranong bij de grens met Myanmar en is met opzet klein gebleven. Er zijn geen auto's — het eiland draait op motortaxi's en smalle betonpaden door de cashewplantages — en de hele bevolking bestaat uit een paar duizend mensen, verdeeld over twee baaien.

Ao Yai in het westen is het lange zonsondergangsstrand met de bungalows en, in het seizoen, de branding. Ao Khao Kwai in het noorden — Buffalo Bay — is rustiger en beter beschut. Daartussen liggen cashewboerderijen, een paar bars die laat openblijven en een ritme dat echt traag is in plaats van zo verkocht.
Affiliate-link. Boek je via deze link, dan krijgen wij commissie, zonder extra kosten voor jou.

Ranong is de poort. Nachtbussen rijden vanuit Bangkok, of je vliegt er in ruim een uur naartoe. Vanaf de Saphan Pla-pier doet de langzame boot er twee uur over en de speedboot ongeveer vijfenveertig minuten.
Vanaf de Golfkust is dit een van de makkelijkste oversteken: van Chumphon naar Ranong is twee uur rijden dwars over de landengte, wat Phayam de natuurlijke aanvulling op Koh Tao maakt.
In het laagseizoen varen de boten minder vaak en bij slecht weer helemaal niet — plan een bufferdag als je een vlucht moet halen.

Ao Yai voor het lange strand, de zonsondergangen en de meeste bars. Ao Khao Kwai voor rustig water en vroege avonden. Beide hebben eenvoudige bungalows en een paar comfortabele huizen, en niets op het eiland ligt verder dan vijftien scooterminuten weg.